31-01-2025 10:30
Een noodlot, maar erger voorkomen

Net als mijn recente geschiedenis gaat Van Norels laatste project over het verhaal van een nieuwkomer in Elburg. Het is een enorm aangrijpend én inspirerend verhaal, dat onder meer verder voert langs Wenen, Utrecht, Amsterdam, Parijs, New York, Tel Aviv en Bergen-Belsen. Daarom denk ik dat de biografie over Anna Schapira (1912), die in 1919 in onze stad arriveerde en in 1992 officieus Museum Sjoel opende, nu al een Elburgs-historisch standaardwerk is, waarin onmetelijke overlevingskracht en tomeloos doorzettingsvermogen centraal staat.
Samen met mijn Joodse tante uit Amsterdam (1945), die ook weet wat het is om ergens nieuw aan te komen ben ik (1983) naar het Lokaal op de Bloemstraat gelopen om de lancering van dit boek over Anna Schapira bij te wonen. Mijn tante kent Elburg vooral van de ansichtkaarten én van de discussie over de zondagse winkelsluiting. Daarover hoorde ik overigens ooit het verhaal in onze stad dat winkels tot aan de massamoord op de Elburgse Joodse Gemeenschap altijd op zaterdag gesloten waren, in plaats van op zondag. Bijzonder hoe de gevolgen van de oorlog nagenoeg 80 jaar later nog altijd onderwerp van discussie kunnen zijn.
Anna Schapira kwam in 1919 als zevenjarig meisje naar Elburg om aan te sterken van de geweldige honger die ze in Wenen leed, vlak na de Eerste Wereldoorlog. Ze werd hier hartstochtelijk opgevangen en vertroeteld door de familie Förster in de Jufferenstraat en werd zo een “echt Elburgs kind”. Maar nooit een kind dat losraakte van haar Joodse identiteit. Ik stel me voor dat Anna hier terechtkwam in een stad die zo ondoorgrondelijk kan zijn, maar verder dat onvermijdelijke stukje bij het vasthoudende beetje steeds meer en meer je thuis wordt. Voor Anna was dat helaas geen blijvend verhaal. Toch is Anna -overlever van Bergen-Belsen- door een kettingbotsing aan (bijna) wonderen 84 jaar geworden, tot ze in Israel haar laatste rustplaats vond.
Gisteravond heb ik samen met mijn tante (en oom) ervaren dat het gevoel, de waardering en de eerbied die Elburg heeft voor het Joodse stuk van haar geschiedenis niet zomaar zal verdwijnen. Want hoewel Elburg de littekens draagt van het verlies van haar Joodse gemeenschap, ze weet dondersgoed dat het vertellen van haar Joodse verhaal de enige manier is om het in leven te houden. Om daarmee ook het enige nog erger dan het noodlot, vergetelheid, te voorkomen. Het is dus geen toeval dat juist Willem van Norel dit verhaal heeft opgetekend
Daarbij bleek gisteravond verder dat het bij nader inzien helemaal niet zo vreemd is dat dit verhaal nu pas opgetekend is. Het kon simpelweg niet eerder. Een klein beetje omdat Willem van Norel enorm druk is. Iets meer nog omdat er geen relevantere periode dan nu had kunnen zijn om dit verhaal uit te brengen. Maar vooral ook omdat veel van de bronnen die Van Norel nodig had om dit stuk standaard geschiedenis te schrijven pas in de afgelopen maanden en jaren beschikbaar zijn gekomen.
Toch is dat voor mij allemaal niet echt de belangrijkste verklaring. Voor mij heeft de publicatie van dit boek moeten wachten tot nu, tot de avond van gisteren, om de herinnering en het samenzijn te beleven met mijn Amsterdamse oom en tante, voor wie het verhaal van Anna Schapira zo-veel betekenis heeft. Bijzonder, wat zo’n verhaal uit de mooiste kleinste stad voor een heel land kan betekenen.
💬 Mail ons!
Heb jij een tip of opmerking? Mail naar de redactie: info@rtvnunspeet.nl of bel: 0341-258133