Christenen voor Israël moet verkoop producten uit Israëlische nederzettingen staken
NIJKERK – Christenen voor Israël moet vanaf 22 september stoppen met de verkoop van producten uit door Israël bezette gebieden. Vanaf die datum geldt een landelijk verbod op de invoer en doorvoer van goederen uit illegale Israëlische nederzettingen.
Het gaat onder meer om wijn, parfum en andere producten die Christenen voor Israël importeert uit nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Die producten worden online verkocht via het Israël Producten Centrum en in de fysieke Israëlwinkel in Nijkerk.
"Al jarenlang importeert het Israël Producten Centrum producten uit Israël om het land en het volk zo tot zegen te kunnen zijn", zo staat op de website.
Volgens woordvoerder Sara van Oordt is Christenen voor Israël de enige serieuze importeur van deze producten in Nederland. Het aandeel producten uit bezette gebieden is volgens haar klein. Het gaat om zo'n 20.000 flessen wijn.
Handelsverbod
Minister Berendsen van Buitenlandse Zaken kondigde het verbod vorige week aan. Dat het handelsverbod eraan kwam, was al langer bekend. De Tweede Kamer stemde vorig jaar al in met een nationaal verbod op de invoer en doorvoer van goederen uit illegale nederzettingen.
Premier Jetten zei eerder dat Nederland met de maatregel wil voorkomen dat het land met economische activiteiten bijdraagt aan "een onrechtmatige bezetting en het in stand houden van illegale nederzettingen", aldus de NOS.
Kritiek op de maatregel
Christenen voor Israël is niet blij met het verbod. Van Oordt noemt de maatregel "eenzijdig". Volgens haar zijn er meer "betwiste of bezette gebieden" waarvoor geen vergelijkbaar handelsverbod geldt.
Ook heeft de organisatie kritiek op de uitvoering van maatregel. Volgens Van Oordt is de termijn om de bestaande voorraad te verkopen te kort. Daarnaast vraagt de organisatie zich af waarom kanttekeningen van de Raad van State niet zijn overgenomen, zoals het ontbreken van een internetconsultatie vooraf wat in principe hoort bij nieuwe wet- en regelgeving.
Bovendien plaatst Christenen vraagtekens bij hoe het nationaal invoerverbod zich verhoudt tot de Europese regels voor het vrije verkeer van goederen.
Internationaal recht
Volgens Larissa van den Herik, hoogleraar internationaal recht aan de Universiteit Leiden, gaat de kritiek op de eenzijdigheid niet op. Volgens haar kun je niet stellen dat er in deze situatie niets hoeft te gebeuren omdat het internationaal recht elders ook wordt geschonden. "Dan zou een moordenaar ook kunnen zeggen: ik kan niet worden berecht, want er lopen nog andere moordenaars vrij rond."
Van den Herik wijst erop dat het Internationaal Gerechtshof in zijn advies uit 2024 heeft geoordeeld dat de Israëlische bezetting en annexatie in strijd zijn met het internationaal recht. Volgens het Hof zijn staten verplicht daar geen steun aan te verlenen. "Alle staten hebben de verantwoordelijkheid om dit soort schendingen te beëindigen. Het invoerverbod is een uitwerking van die verantwoordelijkheid."
Oslo-akkoorden
Christenen voor Israël vindt dat het kabinet selectief omgaat met het internationaal recht. Van Oordt verwijst naar de Oslo-akkoorden, waarin is vastgelegd dat Israël het bestuur voert over de zogenoemde C-gebieden, waar de producten vandaan komen. Volgens Van den Herik spreken de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof en de Oslo-akkoorden elkaar niet tegen.
"Het Internationaal Gerechtshof verwijst in het advies uit 2024 zelf ook naar de Oslo-akkoorden. Wel stelt het Hof dat die akkoorden niet mogen worden gebruikt om schendingen van fundamentele regels van het internationaal recht te rechtvaardigen. Ze geven Israël dus geen recht op annexatie van Palestijns gebied of op een permanente aanwezigheid daar."
"De C-gebieden zijn bezet gebied", legt Van den Herik uit. "Als bezettende macht heeft Israël verplichtingen onder het internationaal recht, onder meer tegenover de Palestijnse bevolking en bij het beheer van natuurlijke hulpbronnen. Het Internationaal Gerechtshof heeft geconcludeerd dat Israël die verplichtingen onvoldoende naleeft, bijvoorbeeld op het gebied van waterbeheer."
Verzet tegen invoerverbod
Van Oordt noemt het invoerverbod ook "symboolpolitiek". Volgens haar worden vooral Palestijnen getroffen die werken bij bedrijven in de nederzettingen. "Israël raak je er niet mee."
Ook dat argument gaat niet op volgens Van den Herik. "Oprechte zorgen over de Palestijnse bevolking kunnen mijns inziens beter op een andere manier tot uitdrukking worden gebracht dan door verzet tegen het invoerverbod."
Volgens haar is het verbod "geen maatregel vóór of tégen Israëliërs of Palestijnen, maar een maatregel tegen schendingen van het internationaal recht, geweld en extremisme."
💬 Mail ons!
Heb jij een tip of opmerking? Mail naar de redactie: info@rtvnunspeet.nl of bel: 0341-258133