Dit waren vroeger de bijzondere nevenfuncties van de schoolmeester in Nunspeet
NUNSPEET – Het is hartje zomer: de schoolpleinen zijn leeg en ook de leerkrachten genieten van een paar weken ontspanning. Zo’n twee eeuwen geleden was dit nauwelijks denkbaar voor de hoofdonderwijzer. Zodra de deuren van de Dorpsschool in Nunspeet sloten, liepen zijn verplichtingen buiten het klaslokaal vrolijk door.
De Meester Drostweg is bij veel Nunspeters bekend, maar geldt dat ook voor de persoon daarachter? De straat is vernoemd naar schoolmeester Rein Drost en zijn zoon Petrus Jacobus Drost, die zijn functie op 20 juli 1858 overnam. Hij was de laatste onderwijzer die een dubbelfunctie als koster-schoolmeester bekleedde.
Naast het lesgeven aan de dorpskinderen was de koster-schoolmeester verantwoordelijk voor kerkelijke zaken. De school en de woning van de onderwijzer stonden dan ook vlak bij de kerk, ongeveer waar nu het marktplein is. Hier diende hij onder andere de klokken te luiden, het uurwerk op te winden, de kerk schoon te houden en de preek voor te lezen als de voorganger verhinderd was. Daarnaast had de schoolmeester een andere bijzondere functie, namelijk die van doodgraver en lijkbezorger.
Instructie voor de doodgraver
De precieze invulling van de taken als doodgraver is terug te lezen in de ‘Instructie voor de doodgraver’ uit 1869; een stuk uit het Noord-Veluws Archief. Hieruit wordt duidelijk dat hij verantwoordelijk was voor het “maken en digten der grave ter plaatse waar zulks overeenkomstig de orde der begraafplaats gevorderd wordt.” Ook moest hij de begraafplaats onderhouden: “De paden worden van 1 Mei tot 1 October tweemaal in de maand geschoffeld en geharkt en buiten dien tijd, eenmaal ’s maands, indien de weersgesteldheid zulks niet verhindert.”
Kennis overdragen na de dood
In 1890 werd Petrus Jacobus Drost als schoolmeester opgevolgd door meester Perk. De functie van koster behield hij nog tot 1907. Vijf jaar daarvoor hield Drost een lezing over de geschiedenis van Nunspeet. Hierin vertelde hij losse historische feitjes en anekdotes, wat een interessant inkijkje geeft in wat de Nunspeters van toen bezighield. In 1929, dertien jaar na zijn overlijden, werd de lezing in delen in de krant gepubliceerd. Zo konden zijn woorden zelfs na zijn dood nog anderen onderwijzen.
Dit verhaal is gebaseerd op een eerder verschenen artikel van het Noord-Veluws Archief, geschreven door Sille Slaa.
💬 Mail ons!
Heb jij een tip of opmerking? Mail naar de redactie: info@rtvnunspeet.nl of bel: 0341-258133